Kleine soortenregeling tulp
'Onder de noemer van de 'kleine soortenregeling' kent de BKD een keuringssysteem
voor partijen van nieuwe soorten tulpen. Deze partijen worden niet bemonsterd en
komen voor maximaal klasse ST in aanmerking. Op basis van een veldkeuring, waarbij
de veldkeuringsnormen van klasse I worden toegepast kan de aantekening 'I-waardig'
worden toegekend en mag plantgoed worden verhandeld. In de gewijzigde kleine soortenregeling
wordt onderscheid gemaakt naar partijen met een grootte van maximaal 0,25 are en
partijen groter dan 0,25 are tot een maximum van 10 are.
Partijen met een maximaal oppervlak van 0,25 are worden eenmaal gekeurd op quarantaine
aantastingen, niet op (kwaliteits)aspecten. Dit betekent dat de partij niet wordt
geklasseerd en dat er alleen een plantenpaspoort wordt afgegeven. Het plantgoed
van deze partijen mag zonder verdere beperkingen worden verhandeld maar mét plantenpaspoortnummer.
Voor partijen groter dan 0,25 are maar maximaal 10 are geldt het volgende:
- Er moet worden voldaan aan de eis dat vorig jaar landelijk maximaal 1 ha werd geteeld
van de cultivar.
- Het opgegeven oppervlak wordt nagemeten.
- De teler vraagt de keuring voor de aantekening 'I-waardig' aan bij de keurmeester.
- Dit aanvragen geschiedt vóór de bloeikeuring. Indien sprake is van een nog niet
geregistreerde variëteit kan alleen op homogeniteit worden gekeurd.
- De partij krijgt een apart partijnummer.
- Er wordt tevens een keuring na de bloei uitgevoerd.
- De teler krijgt op zijn certificaat naast de klasse de aantekening 'I-waardig' en,
indien van toepassing, de uitslag van de eventuele ELISA-toets.
- Het plantgoed van de partij mag zonder beperkingen worden verhandeld. Voor cultivars
behorend tot de risicogroepen geldt een aanvullende bladtoets:
- 2-3 weken na de bloei wordt van de partij een bladmonster genomen van 250 blaadjes
en wordt dit getoetst op TBV.
- Voor de aantekening 'I-waardig' geldt een maximum van 1,5% TBV in het ELISA-monster.
De monsterkeuringskosten worden in rekening gebracht bij de teler.
- De toetsingsuitslag wordt op het certificaat, ook indien meer dan 1,5% TBV is aangetoond,
vermeld.
De volgende risicogroepen worden onderkend:
- Eén of beide kruisingsouders is/zijn een ELISA-cultivar. - Het betreft een mutant
van een ELISA-cultivar.
- Het betreft een wit of geel bloeiende cultivar.
- Op enig moment wordt er visueel meer dan 1% TBV waargenomen.
Doet de situatie zich voor dat een teler géén keuring voor I-waardig heeft aangevraagd
en hij wil achteraf toch plantgoed verhandelen, dan is dat mogelijk. Hierbij geldt
dan wel de eis dat er van de partij een bollenmonster wordt genomen en, om in aanmerking
te komen voor de aantekening 'I-waardig', maximaal 1,5% TBV in het monster mag worden
aangetoond. Deze werkwijze geldt ongeacht de kleur, groep, etc. De keurmeester heeft
te velde immers geen volledige keuring op TBV kunnen uitvoeren.'