Bloembollenkeuringsdienst
| | Contact |Organisatie|Aanmelding bedrijven|Keuringen|Gewasinformatie|Inspecties|Klantenloket|Wet- en regelgeving|Nieuws|Publicaties

Keuringssystematiek

Het Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen, vormt de basis voor het stellen van nadere regels ten aanzien van de teelt en verhandeling van bloembollen. Het heeft tot doel:
  • Het herkenbaar maken van de goede en de beste partijen.
  • Het beperken van het gebruik van en de handel in plantgoed van matige partijen.
  • Het vastleggen of afkeuren van zieke en kwalitatief slechte partijen. De keuring is opgedragen aan de Stichting Bloembollenkeuringsdienst (BKD).
Er worden in het kader van de kwaliteitskeuring twee systemen gehanteerd, te weten:

A. Het uitgebreide klassificeringsschema

Hieronder vallen de volgende gewassen: soort-krokus, gladiool, iris en tulp.
De keuringsopzet voor het uitgebreide klassificeringsschema voorziet in een indeling in de kwaliteitsklasse: klasse I, klasse II en klasse ST(andaard). Aan het behalen van klasse I of II is een monsterkeuring verbonden.

B. Het vereenvoudigde klassificeringsschema

Hieronder vallen de volgende gewassen: species-krokus, dahlia, lelie, narcis; hyacint, hippeastrum en bijzondere bolgewassen (Allium, Anemone blanda, knolbegonia, Chionodoxa, Hyacinthoides, niet-Hollandse bolvormende irissen, Muscari, Nectaroscordum, Puschkinia, Scilla en Zantedeschia).
De keuringsopzet voor het vereenvoudigde klassificeringsschema voorziet in een indeling in de kwaliteitsklassen: klasse ALG(emeen) en klasse ST(andaard), in geval van hyacint nog aangevuld met klasse Selectie voor uitgangsmateriaal (werkbollen).

Voor beide systemen geldt, dat partijen die niet aan de normen van klasse ST kunnen voldoen, worden vastgelegd of afgekeurd. Met het kwaliteitssysteem wordt zichtbaar gemaakt, dat ook in partijen die niet worden afgekeurd toch belangrijke kwaliteitsverschillen kunnen voorkomen. Hierdoor worden de afnemers van bloembollen in staat gesteld de voor hen geschikte klassering te kiezen. De klassering berust voor het overgrote deel op de innerlijke kwaliteit van de bloembollen, dat wil zeggen op virus, dwalingen, mutanten, dieven enz. Voor het uitgebreid klassificeringsschema is de werkwijze als volgt:  

Uitgebreid klassificeringsschema

1. Monsterkeuring

Voor het behalen van de klasse I en II is een monsterkeuring vereist! Neemt men bij voorbaat genoegen met de klasse ST(andaard), dan behoeft geen bemonstering plaats te vinden. Het resultaat van de monsterkeuring is bepalend voor de verdere klassering. Opwaardering tijdens de keuring te velde is niet mogelijk. De normen van de monsterkeuring zijn echter vrij ruim gesteld. De teler krijgt een schriftelijke uitslag van de monsterkeuring.

2. Veldkeuring

Tijdens de veldkeuring wordt de definitieve klasse bepaald. Het is uiteraard noodzakelijk dat goed wordt gezuiverd, omdat:
  • De veldkeuringsnormen per klasse veel krapper zijn dan bij de monsterkeuring.
  • Dan volgend jaar eventueel een beter resultaat kan worden bereikt. Korte tijd na de veldkeuring ontvangt u van de BKD de officiële certificaten.

3. Droge keuring

Hoewel de kwaliteitskeuring voor het overgrote deel op de innerlijke kwaliteit is gericht, is ook de uiterlijke kwaliteit niet onbelangrijk. Er zijn wettelijke normen gesteld, waaraan de partijen bij aflevering moeten voldoen. Deze normen kunnen per klasse verschillen.

Vereenvoudigd kIassificeringsschema

Voor het vereenvoudigde systeem is in principe geen monsterkeuring voorgeschreven.

1. Veldkeuring

Tijdens de veldkeuring wordt de klassering ALG of ST toegekend en voor hyacintenwerkbollen klasse SEL danwel ST-werkbollen. Korte tijd na de veldkeuring ontvangt u van de BKD de officiële certificaten.

2. Droge keuring

Hoewel de kwaliteitskeuring voor het overgrote deel op de innerlijke kwaliteit is gericht, is ook de uiterlijke kwaliteit niet onbelangrijk. Er zijn wettelijke normen gesteld, waaraan de partijen bij aflevering moeten voldoen. Deze normen kunnen per klasse verschillen. Binnen dit systeem zijn aanvullende regels gesteld.

Registratie cultivars

De BKD heeft tot en met 2002 de lijn gevolgd dat een cultivarnaam als geregistreerd wordt beschouwd indien deze door de KAVB is geregistreerd en de BKD beschikt over de registratiegegevens. Met de implementatie van de EG Richtlijn voor het in de handel brengen van teeltmateriaal van siergewassen uit 1998 is bepaald, dat cultivars die bescherming genieten vanuit Europees of nationaal kwekersrecht ook als geregistreerd moeten worden beschouwd. Dit betekent dat, indien een ras is geregistreerd in het kader van kwekersrecht en de houder van het ras de registratiegegevens aan de BKD meldt, de BKD de cultivar als geregistreerd beschouwt. Dit ongeacht een eventuele KAVB- of RHS-registratie.

Gewijzigde keuringssystematiek

In haar vergadering van 13 november 2006 heeft het algemeen bestuur van de BKD besluiten genomen ten aanzien van de toekomstige invulling van de keuringen en de financiering van deze keuringen. In de afgelopen periode is met de productgroepen gesproken over de systematiek van de keuringen, meer in het bijzonder de vertaling van de huidige keuringen in basiskeuringen en plusmodules. Per gewas is een basiskeuring geformuleerd en zijn de eventuele plusmodules ingevuld. De inhoud van de basiskeuring en de plusmodules kunnen verschillen tussen de gewassen.

Invoering laatste stappen gewijzigde keuringssytematiek

In het teeltseizoen 2007/08 worden de laatste stappen van de nieuwe keuringssytematiek ingevoerd. Deze stappen hebben betrekking op de monsterkeuring Hollandse Iris en Muscari armeniacum en ‘Blue Spike’ en de broeierijkeuring narcis. De broeierijkeuring voor narcissen is aangescherpt voor partijen die bestemd zijn voor gebruik als voortkwekingsmateriaal. Deze partijen vallen onder de pluskeuring. Verder is nieuw, dat narcissenbroeiers van de BKD een registratieformulier ontvangen voor het opgeven van de partijenKijk op de betreffende pagina’s voor de verdere inhoudelijke wijzigingen.